Cultuur · 11 februari 2025

Bodegraven wil toerisme trekken, maar stoot het juist af.

Ik kan bijna elke column wel starten met het feit dat ik wel een programma maak voor de lokale omroep van Bodegraven-Reeuwijk en omgeving, maar dat ik niet meer in de of voor mij nog steeds “onze” gemeente woon.
Soms is dat best jammer en dat merk ik de laatste tijd ook wel.
Vroeger ging ik met alle regelmaat de studio in van de omroep, al was het maar om een willekeurige collega daar tegen te komen en even een praatje mee te doen, of om gewoon wat te klooien.
De omroep was uitgevallen, niet mijn schuld.
Nee hoor zo erg ging het niet.

Een groot en leuk voordeel is dat we nog altijd boven het toneel van het Evertshuis uitzenden.
Soms, heel soms, wordt daar nog wel eens ge of misbruik van gemaakt, zo heb ik ooit in het verleden Arie en Edo naar boven laten komen voor een interview.
Koomen en Brunner?
Cabaretiers?
Acteurs soms ook wel?
Niet bekend?
Cultuur Barbaar!

Ja het voordeel voor mij was dat het 1 deur verder was om naar het Evertshuis of de Bibliotheek te gaan, en van mijn woning af was het nog geen vijf minuten met de fiets, dus dat is allemaal geen drama.
Het nadeel, er is zo weinig leuks te doen?
Dat zeg ik een beetje met een vraagteken, want soms moet je niet alleen maar bouwen op al die bekende acteurs, cabaretiers en theatermensen, soms moet je ook wel eens iets nieuws ontdekken.
Zo hebben Piet en Ik al zat nieuws ontdekt wat best leuk is voor de verandering, zoals we ooit Mark van de Veerdonk zagen, die nog altijd door het hele land optreed, en binnenkort op 9 maart gaan we Paul Haenen zien dan wel in Blaricum, maar hij treed ook op in ons eigenste Evertshuis.

Het kan wel, maar je moet er voor openstaan!
Dus is er nog iets leuks te doen in onze gemeente?
Ja zeker wel, kom mee op ontdekkingstoer en geniet ook van de wat onbekendere locaties met onbekende maar net zo goede artiesten!


Door de zowel positieve ervaring met het plaatselijke Cultureel Centrum het Evertshuis kom ik na jaren tot een wat minder positieve conclusie die eigenlijk al jaren voorligt.
Bodegraven bevat als gemeente nog wel tien andere kernen naast Bodegraven.
Die kernen liggen voor Nederlandse begrippen toch wat te ver uit elkaar om als een eenheid te worden gezien.
Dat werkt in het nadeel van de gebruikers- en bezoekersaantallen voor zo’n centraal Cultureel Centrum. Bij topacts die landelijk bekend zijn is de zaal steevast uitverkocht.
Dan kunnen belangstellenden van buiten de eigen gemeente ook hier naar toe komen omdat ze de reis ervoor dan wel de moeite waard vinden.
Bodegraven-Reeuwijk wordt in de nabijheid ook nog omringd door andere culturele centra die ook bezoekers uit onze eigenste gemeente trekken.
Dan denken wij aan Gouda, Alphen aan den Rijn en Woerden, Zoetermeer.

Dan zijn er ook nog in de kleinere kernen publiekstrekkers als het Reeuwijkse De Brug en alle dorpshuizen en Huizen van Alles die ook manifestaties organiseren.
Die hebben hun eigen betrokken publiek dat niet zo snel naast de optredens op loop- en fiets afstand ook nog eens kaartjes gaat kopen voor zaken in het enige echte theater van onze gemeente, Het Eversthuis.

Dit alles belemmert een gezonde en liefst volle bezetting van de zaal.
Naast de bibliotheek was het Eversthuis ook een plek voor tentoonstellingen en zalenverhuur voor vele verenigingen en dergelijke.
Maar Bodegraven-Reeuwijk wordt ondanks pogingen daartoe echt niet gezien als een place waar het ‘good to be’ is.
Dat komt bv. ook door het afstoten van activiteiten van het Evertshuis naar het gemeentehuis en een zomaar opgezet Groene Harthuis.
Met eet als het ware mekaars publiek op.
Dan is het enige wat landelijke nog iets zou kunnen betekenen het teloor gegane Kaasmuseum.
Een deel van de tentoonstellingswaar is verplaatst naar een boerderij in Reeuwijk met wat Laagveenzaken uit het verleden.
Daar win je ook het publiek niet mee.
Al deze verhuizingen en verbouwingen erbij opgeteld laten een zeer negatieve geldbalans zien.
Geen sprake van een enthousiasmerende politieke ondersteuning.
Ook omdat de gelden zeer verkeerd zijn uitgegeven.
Daarom hebben we alleen nog maar toerisme in en op de doorgaande wegen voor boten en fietsers en die enkele wandelaar.
Nog wel wat interessant voor de plaatselijke horeca.
Die toerist komt echt niet ‘s avonds nog terug voor een avondje uit.

We moeten ons er maar bij neer leggen dat we wat te klein zijn voor grote cultuur en een werkgemeente zijn en blijven in plaats van een Culturele Hoofdstad van het Groene Hart.
Dit ook dankzij helaas foute beslissingen uit het nabije verleden dus.

Niet meer trekken aan een dode koe dus.

Ontdek meer van De Muziek Experts

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder